Behanglijm kiezen voor fotobehang op vlies
De verkeerde lijm is de meest voorkomende oorzaak van loslatende naden en bobbels. Voor fotobehang op vlies gelden andere regels dan voor het papierbehang waar je moeder mee opgroeide. Dit artikel legt uit welke lijm je nodig hebt, hoeveel, en wat je vooral niet moet doen.
Vlies of papier — dat bepaalt alles
Ons fotobehang wordt gedrukt op vliesbehang: een drager van textiel- en cellulosevezels die niet uitzet als hij nat wordt. Dat is het hele punt. Papierbehang zwelt op van lijm, moet weken (“inweken”) en krimpt weer bij het drogen — vandaar naden die openspringen. Vlies doet dat niet.
Daardoor geldt bij vlies één simpele regel: de lijm gaat op de muur, niet op het behang. Je rolt de wand in, je hangt de droge baan erin, klaar. Dat maakt het werk schoner, sneller en veel beter alleen te doen.
Welke lijm je koopt
Vraag om vliesbehanglijm — vaak aangeduid als “non-woven” of “speciaallijm voor vliesbehang”. Die is dikker en heeft meer plakkracht dan gewone behanglijm, omdat hij het gewicht van een zware, natte drukvel moet houden zonder dat het papier de lijm opzuigt.
Er zijn twee soorten:
- Poederlijm die je zelf aanmaakt met koud water. Goedkoop, je kunt de dikte zelf regelen, en je maakt precies zo veel als je nodig hebt. Wel even laten staan: 15 tot 30 minuten, anders zitten er klontjes in.
- Kant-en-klare lijm in een emmer. Duurder, maar direct te gebruiken, altijd dezelfde dikte en meestal iets sterker. Voor één wand het overwegen waard.
Beide werken. Kies poeder als je meerdere wanden doet, kant-en-klaar als je één keer een wand doet en geen gedoe wilt.
Wat je níét gebruikt
- Gewone papierbehanglijm. Te dun, te weinig plakkracht — je naden laten los.
- Behangplaksel voor grasdoek of glasvezel. Vaak te agressief of te sterk hechtend; bij verwijderen trek je de muur eraf.
- Houtlijm, montagekit of alleskleefstof. Nooit. Het behang komt er nooit meer af zonder de wand te beschadigen, en de lijm slaat door het papier heen.
- Oude, aangemaakte lijm van vorige week. Poederlijm schimmelt. Aangemaakte lijm gebruik je binnen een paar dagen.
Hoeveel heb je nodig
Reken op ongeveer 300 gram poederlijm per 10 m² wandoppervlak, aangemaakt volgens de verhouding op de verpakking — meestal 200 tot 300 gram op 5 liter water. Eén standaardpak van 200 tot 250 gram is genoeg voor een gemiddelde wand van 3 bij 2,5 meter. Kant-en-klare lijm: reken op één emmer van 5 kg per 15 tot 20 m².
Koop liever iets te veel dan te weinig. Halverwege een wand zonder lijm komen te zitten is vervelend: de eerste banen zijn dan al aan het drogen en je krijgt zichtbare aanzetten.
Aanmaken en aanbrengen
- Strooi het poeder langzaam in koud water terwijl je met een stok of garde blijft roeren. Andersom — water bij het poeder — geeft gegarandeerd klonten.
- Laat 15 tot 30 minuten staan en roer daarna nog één keer goed door.
- Breng royaal aan met een vachtroller, in een baan die iets breder is dan de baan behang die erin komt. Rol met een kwast na in de hoeken, langs het plafond en langs de plint — juist daar laat het eerst los.
- Werk baan voor baan. Lijm nooit de hele wand in één keer in; de lijm droogt aan en pakt dan niet meer.
- Egaal is belangrijker dan dik. Een dikke klodder geeft een bobbel die je door het papier heen ziet. Een plek zonder lijm geeft een blaas.
Een zuigende ondergrond voorbehandelen
Verse stuc, gips en kalkzandsteen zuigen de lijm meteen op — dan heeft de lijm geen tijd om te hechten. Behandel zo’n wand vooraf met voorstrijkmiddel of met sterk verdunde behanglijm (ongeveer één deel lijm op vijf delen water) en laat dat volledig drogen. Test het simpel: sprenkel wat water op de muur. Trekt dat binnen enkele seconden weg, dan is voorstrijken nodig.
Temperatuur en droogtijd
Werk tussen 15 en 25 graden. Kouder en de lijm hecht slecht; warmer of in de tocht en hij droogt te snel aan. Zet tijdens het plakken en de eerste uren daarna ramen en deuren dicht — zeker geen ventilator of verwarming vol op de wand. Te snel drogen is de klassieke oorzaak van naden die na een dag openspringen.
Laat het geheel 24 tot 48 uur rustig drogen voordat je gaat afsnijden langs de randen of iets aan de wand hangt.
Als een naad toch loslaat
Dat is bijna altijd te repareren. Til de rand voorzichtig op, breng met een klein kwastje of een naadlijmtube wat lijm aan, druk terug en rol na met een naadroller. Veeg overtollige lijm meteen af met een schone, vochtige doek: opgedroogde lijm op de print geeft glimmende plekken die je er niet meer af krijgt.