Fotobehang plakken, stap voor stap
Fotobehang plakken is goed te doen als je de volgorde aanhoudt en niet haast. Reken voor een gemiddelde wand op twee tot drie uur. Met zijn tweeën gaat het prettiger, maar op vliesbehang lukt het ook alleen.
Wat je klaarlegt
- Vliesbehanglijm, emmer, vachtroller en een kwast voor de hoeken
- Een brede behangborstel of een kunststof aandrukspatel
- Een scherp breekmes met reservemesjes en een breed plamuurmes als snijgeleider
- Waterpas of schietlood, potlood, rolmaat
- Naadroller
- Twee schone doeken en een emmer schoon water
- Trapje en afdekfolie voor de vloer
1. Leg de banen op volgorde
Rol de banen uit op een schone, droge vloer en leg ze op nummer. Baan 1 hangt links, tenzij anders aangegeven. Controleer of alle banen er zijn, of het beeld aansluit en of er geen beschadiging in zit. Doe dit vóór je ook maar één druppel lijm aanbrengt — na het plakken kunnen wij niet meer beoordelen wat er mis was.
Laat de banen een half uur plat liggen als ze strak opgerold zaten. Ze hangen dan rustiger.
2. Zet een loodlijn af
Begin nooit op een hoek: hoeken zijn nooit recht. Meet vanaf de hoek de breedte van je eerste baan min één centimeter, en zet daar met een schietlood of lange waterpas een verticale potloodlijn. Die lijn is je referentie voor de hele wand. Alle latere banen sluiten daarop aan, dus als deze lijn scheef staat, staat alles scheef.
3. Lijm de muur, niet het behang
Rol met de vachtroller een strook lijm op de muur die iets breder is dan de eerste baan. Ga met de kwast na langs het plafond, de plint en de hoek. Breng royaal maar egaal aan. Lijm alleen het vlak van de baan die je nu gaat hangen — niet de hele wand tegelijk, want aangedroogde lijm pakt niet meer.
4. Hang de eerste baan
Begin bovenaan. Houd de baan aan de bovenrand vast, laat hem ongeveer 5 cm over het plafond uitsteken en breng de zijkant precies langs je potloodlijn. Druk de bovenste 20 centimeter licht vast en laat de rest naar beneden vallen.
Zolang de lijm nat is kun je de baan nog verschuiven: til hem voorzichtig van de muur en leg hem opnieuw. Dat kan een paar keer. Neem de tijd om deze eerste baan echt goed te krijgen.
5. Strijk vanuit het midden naar buiten
Strijk met de behangborstel of spatel vanuit het midden van de baan naar de randen en van boven naar beneden — in een visgraatpatroon. Zo duw je lucht en overtollige lijm naar buiten in plaats van hem op te sluiten. Druk niet te hard: je wilt aandrukken, niet uitrekken.
Zit er toch een blaasje, dan verdwijnt dat meestal tijdens het drogen. Blijft het zitten, prik het dan na het drogen met een fijne speld door en druk het plat.
6. Stoot de volgende banen aan, niet over elkaar
Onze banen worden stotend geplakt: rand tegen rand, zonder overlap. Leg de volgende baan zo dat de randen elkaar net raken en het beeld doorloopt. Schuif hem vanuit het midden tegen de vorige aan; een millimeter overlap geeft een zichtbare richel, een millimeter kier geeft een witte streep.
Controleer altijd aan de bovenkant of het beeld precies aansluit. Onderaan mag een verschil van een paar millimeter; dat valt achter de plint weg.
Rol de naad na met een naadroller — licht, niet met kracht, anders pers je lijm naar buiten en krijg je glans.
7. Veeg lijm meteen weg
Lijm op de bedrukte zijde veeg je direct af met een schone, licht vochtige doek, en je spoelt die doek regelmatig uit. Opgedroogde lijm laat matte of glimmende vlekken achter die er niet meer af gaan. Houd je tweede doek droog om na te deppen.
8. Stopcontacten, radiatoren en hoeken
Schakel de stroom uit en haal afdekplaatjes eraf. Plak de baan gewoon over het stopcontact heen, snijd daarna een kruis in het papier, vouw de punten naar binnen en snijd ze weg. Het plaatje dekt de rest af.
Achter een radiator werk je met een smalle roller voor de lijm en een radiatorkwast om aan te drukken. Loopt de baan om een binnenhoek, snijd hem dan op ongeveer 2 cm voorbij de hoek en pak aan de andere kant weer op langs een nieuwe loodlijn.
9. Snijden doe je als laatste
Laat het behang eerst ten minste een uur aantrekken, en snijd pas daarna de overmaat langs plafond, plint en hoeken weg. Gebruik een breed plamuurmes als geleider en een vers mesje. Breek het mesje af na elke twee tot drie meter: een bot mesje scheurt vliesbehang in plaats van het te snijden.
Snijd in één vloeiende beweging en houd de spatel stil; schuif hem pas door als het mes stilstaat.
10. Laten drogen
Houd ramen en deuren 24 tot 48 uur dicht. Geen tocht, geen ventilator, geen verwarming vol op de wand. Te snel drogen is de belangrijkste oorzaak van naden die de volgende ochtend openstaan. Hang pas iets aan de muur als alles volledig droog is.
Als het misgaat
- Baan zit scheef — direct lostrekken en opnieuw hangen zolang de lijm nat is.
- Naad staat open — kwastje lijm eronder, aandrukken, narollen, lijm afvegen.
- Blaas — na het drogen doorprikken met een speld en platdrukken; eventueel een druppel lijm inspuiten.
- Glimmende plek — bijna altijd opgedroogde lijm. Voorzichtig deppen met een vochtige doek; wrijf niet.